Leerlingenvervoer is geen luxe
De afgelopen weken lees ik steeds meer verhalen van ouders over leerlingenvervoer binnen de gemeente Gilze en Rijen. Verhalen over afwijzingen, onzekerheid en ouders die nog steeds wachten op een beslissing terwijl de start van het nieuwe schooljaar steeds dichterbij komt.
Wij behoren zelf ook tot die laatste groep. Voor onze dochter Abby werd jaren geleden al een permanente toekenning voor leerlingenvervoer afgegeven. Voor onze dochter Lotte is het echter nog steeds afwachten. We hebben nog geen besluit ontvangen en contact krijgen met de gemeente blijkt lastig. Telefonisch wordt aangegeven dat het erg druk is en op e-mails hebben we vooralsnog geen reactie ontvangen.
Wat mij het meest raakt, zijn de verhalen van andere ouders. Zo las ik over een kind van 7 jaar en een kind van 9 jaar die zijn afgewezen voor leerlingenvervoer, terwijl zij juist afhankelijk zijn van dat vervoer om naar school te kunnen. Het advies zou zijn om zelfstandig te gaan reizen en dat te oefenen. Maar hoe realistisch is dat?
Veel mensen lijken te denken dat leerlingenvervoer een gemak is. Alsof ouders kiezen voor een taxibus omdat dat makkelijker is. De werkelijkheid is heel anders. Niemand vraagt voor zijn plezier leerlingenvervoer aan. Ouders doen dat omdat er geen andere passende oplossing is.
Onze dochters zitten niet voor niets op een cluster 3-school. Dat is de school die aansluit bij hun ondersteuningsbehoefte. Kinderen op dit type onderwijs hebben vaak te maken met lichamelijke beperkingen, ontwikkelingsproblemen, een verstandelijke beperking of andere uitdagingen waardoor zelfstandig reizen niet vanzelfsprekend is.
En dan hebben we het nog niet eens over de dagelijkse werkelijkheid van veel van deze kinderen. Sommige kinderen zien gevaar niet goed, kunnen verkeerssituaties niet voldoende inschatten of raken snel overprikkeld. Anderen hebben begeleiding nodig bij vrijwel iedere stap die ze zetten. Dat maakt zelfstandig reizen niet alleen moeilijk, maar soms ook onveilig.
Zelf fiets ik ongeveer 45 minuten naar de school. Dat is voor mij als volwassene al een behoorlijke afstand. Het idee dat kinderen zoals Lotte deze route zelfstandig zouden moeten afleggen, voelt niet realistisch. Niet omdat ze niet willen, maar omdat hun beperking juist maakt dat dit niet haalbaar is.
Daarnaast wordt er soms gesproken alsof ouders het vervoer dan maar zelf moeten regelen. Maar hoe dan? Niet iedereen heeft familie in de buurt. Niet iedereen heeft vrienden die dagelijks kunnen rijden. En zelfs als je een netwerk hebt, kun je redelijkerwijs niet verwachten dat iemand iedere schooldag structureel klaarstaat om vervoer te verzorgen.
Wat deze situatie extra moeilijk maakt, is de onzekerheid. Ouders hebben duidelijkheid nodig. Scholen gaan weer beginnen, werkroosters moeten worden gemaakt en gezinnen moeten zich voorbereiden op het nieuwe schooljaar. Toch zijn er ouders die mogelijk pas eind augustus horen waar ze aan toe zijn.
Ik begrijp dat gemeenten regels moeten volgen en keuzes moeten maken. Maar achter iedere aanvraag zit een kind. Een kind dat niet voor niets speciaal onderwijs volgt. Een kind dat recht heeft op passend onderwijs. En een gezin dat probeert alles zo goed mogelijk te regelen.
Leerlingenvervoer is voor veel van deze kinderen geen luxe. Het is een noodzakelijke voorziening die ervoor zorgt dat zij überhaupt naar school kunnen.
Ik hoop daarom dat er niet alleen naar regels, afstanden en kosten wordt gekeken, maar vooral naar de werkelijkheid van de kinderen om wie het gaat. Want uiteindelijk zou hun belang altijd voorop moeten staan.